Wintervogels op Schiermonnikoog

een route vol vleugelslag en stilte

 Zodra de noordenwind over de Wadden strijkt, verandert Schiermonnikoog in een tussenstop voor duizenden reizigers — geen mensen, maar vogels. Gasten uit het hoge noorden, sommigen niet groter dan een handvol veren, anderen statig en groot, alsof ze rechtstreeks uit de poolcirkel komen aangevlogen. De winter is op het eiland geen seizoen van stilte, maar van gefluister, gekwetter, vluchtlijnen en onzichtbare verhalen in de lucht.

Wie ooit door de duinen fietste terwijl brandganzen in formaties laag overkwamen, weet: dit is geen gewone natuurwandeling. Dit is meevliegen in een eeuwenoude traditie van trek, overleving en ritme.

Een route langs 12 plekken vol leven

De meest bijzondere vogelroute van het eiland slingert zich van de Westerplas naar het Rif, via verscholen hutten, langs kwelders die ruiken naar zeewier en wind, en over strandstroken waar eider en zaagbek tussen de golven duiken. Ieder punt onderweg heeft een eigen karakter. Soms sta je oog in oog met een lepelaar die als een witte monnik door het water strijkt; soms zie je slechts een stip, maar weet je: daar jaagt een slechtvalk.

Aan het Rif, een natuurlijke hoogwatervluchtplaats, borrelt het van leven. Zodra het tij stijgt, schuiven wulpen, tureluurs, scholeksters en grutto’s als een bewegend tapijt dichter bij elkaar. Het is alsof het eiland even ademt — water vooruit, vogels achteruit. In voor- en najaar gonst het hier letterlijk van de trek; zilverplevier, kanoet, dwergstern, regenwulp… Alles beweegt, zoekt, trekt, wacht.

De Westerplas – het hart van het eiland

Geen vogelroute zonder de Westerplas. Zoet water, stil en rijk. Een vaste drinkplaats voor soorten die zout moeten mijden. Vanaf de kijkhut zie je winter- en watervogels dichterbij dan je verwacht: pijlstaart, smient, wintertaling, krakeend, bunzing, kuifeend — soms tien soorten eenden tegelijk, alsof je door een bewegend vogelboek bladert.

En dan dat enige, stille moment waarop een blauwe kiekendief laag over het riet scheert. Zo licht dat je bijna vergeet dat hij een jager is.

Strand, storm en zeevogels bij paal 5

Niet alles is zacht en vredig. Soms vraagt de route winterse moed. Bij paal 5, waar de wind zandflarden over het duin jaagt, zie je vogels die alleen in slecht weer tevoorschijn komen. Jan-van-genten, jagers, roodkeelduikers — schuwe schaduwen die zich pas laten zien wanneer de golven hun naam roepen.

Sta je daar, met koude handen en rode wangen, dan voelt een waarneming als beloning.

Ganzenmassa’s en polderstilte

De Banckspolder is ’s winters een tapijt van ganzen. Tienduizenden brandganzen wiegen in zwermen boven het land. Wie goed speurt, vindt roodhalsgans tussen de massa, kleine rietgans, kolgans. Het geluid alleen al is indrukwekkend — alsof de lucht zelf in beweging komt.

Kobbeduinen – waar zangvogels uitrusten

Eind oktober kunnen de struiken letterlijk vol hangen met kleine gasten: goudhaan, koperwiek, keep, bonte vliegenvanger. Hier rusten ze, eten bessen, wachten op wind. Later in de winter jaagt er soms een velduil, stil als sneeuw.


Waarom juist nu gaan?

Omdat de winter hier leeft.

Waar elders het landschap verstilt, beweegt Schiermonnikoog. Iedere plas is een verblijfplaats, iedere slikrand een tafel vol voedsel, iedere uitkijkpost een venster naar een ander continent. Miljoenen trekvogels gebruiken dit eiland als tankstation op weg naar Afrika, of als overwinterplaats na een reis vanuit Siberië of Groenland.

Wie deze route fietst of wandelt, loopt niet alleen door natuur —je loopt langs de snelweg van de wereldvogelmigratie. Wil je exact weten waar te starten en welke knooppunten je moet volgen. Klik dan op deze link van natuurmonumenten. 

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Back to top button