Er zijn van die zomerdagen waarop je eigenlijk maar één ding wilt: naar buiten. Wandelschoenen aan, rugzak om en een mooi pad zoeken. Of dat nu door het bos is, over de heide of ergens hoger in de bergen. Maar zodra de temperatuur richting de 30 graden gaat, denk je tijdens zo’n wandeling ineens een stuk vaker aan je waterfles.
De afgelopen jaren ben ik er steeds meer achter gekomen dat de juiste kleding tijdens een zomerse wandeling echt verschil maakt. Niet omdat je er per se goed uit wilt zien, maar vooral omdat verkeerde kleding je wandeling behoorlijk kan verpesten.
Katoen? Liever niet
Een katoenen T-shirt is heerlijk op een terrasje, maar tijdens een stevige wandeling is het wat mij betreft een ander verhaal. Zodra je gaat zweten, houdt katoen het vocht vast. Voor je het weet loop je met een zwaar en klam shirt rond.
Ik kies daarom liever voor een licht technisch shirt dat transpiratievocht snel afvoert. Materialen als polyester, nylon of merinowol werken daarvoor een stuk prettiger. Je merkt het vooral wanneer je langere tijd onderweg bent.
Lange mouwen op een warme dag?
Dat klinkt misschien vreemd. Toch vind ik een dun shirt met lange mouwen juist op zonnige dagen een goede keuze. Je huid wordt minder rechtstreeks blootgesteld aan de zon en je hoeft niet voortdurend opnieuw zonnebrand te smeren.
Zeker wanneer je een langere route loopt zonder veel schaduw, merk je het verschil. Een lichte stof met goede ventilatie voelt bovendien lang niet zo warm als je vooraf zou denken. In het bos hebben lange mouwen nog een voordeel: ze bieden wat extra bescherming tegen takken, insecten en teken.
Short of toch een lange broek?
Voor mij hangt dat vooral af van de route. Op een open wandelpad bij warm weer is een goede wandelshort natuurlijk heerlijk. Lekker licht en met voldoende bewegingsvrijheid.
Maar zodra ik een route door hoog gras of dicht struikgewas loop, heeft een dunne lange wandelbroek mijn voorkeur. Zeker in gebieden waar teken voorkomen, vind ik wat extra bescherming geen overbodige luxe.
Een afritsbare wandelbroek is dan helemaal handig. Kort wanneer het kan, lang wanneer het nodig is.
Je voeten bepalen hoe goed je wandeling wordt
Dat wordt nogal eens onderschat. Je kunt nog zulke goede kleding dragen, maar met verkeerde sokken of schoenen kan een wandeling binnen een paar kilometer behoorlijk vervelend worden.
Katoenen sokken laat ik daarom liever thuis. Een goede wandel- of merinosok voert vocht beter af en helpt blaren voorkomen. Ook je schoenen verdienen aandacht. Op een eenvoudig bospad kan een lichte, goed ventilerende wandelschoen heerlijk zijn. Op rotsachtig of bergachtig terrein wil ik juist wat meer steun en bescherming.
Pet, zonnebril en vooral: water
Een pet of wandelhoed gaat bij mij eigenlijk standaard mee wanneer de zon volop schijnt. Je hoofd en gezicht krijgen tijdens een lange wandeling behoorlijk wat zon te verduren.
Een goede zonnebril is eveneens geen luxe. Zeker in de bergen kan de zon fel zijn en kan het licht door rotsen of water extra worden weerkaatst.
En dan het belangrijkste: water. Neem liever iets te veel mee dan te weinig. Tijdens een warme wandeling drink je sneller dan je denkt. Ik vind een drinkreservoir in de rugzak ideaal, omdat je onderweg regelmatig een paar slokken kunt nemen zonder steeds je rugzak te hoeven afzetten.
Uiteindelijk draait het om comfort
Voor mij hoeft goede wandelkleding niet ingewikkeld te zijn. Het belangrijkste is dat je kleding ademt, vocht afvoert en je beschermt tegen de zon. Combineer dat met goede schoenen, comfortabele sokken, een pet of hoed en voldoende water en je bent voor de meeste zomerse wandelingen prima voorbereid.
Want uiteindelijk gaat het natuurlijk helemaal niet om de kleding.
Het gaat om dat moment waarop je boven op een heuvel staat, even stilstaat en om je heen kijkt. Of om die geur van het bos na een warme zomerdag. Dáárvoor trek je je wandelschoenen aan.






