Toen ik aankwam in Estepona, sloeg de warmte me als een vriendelijke deken om de schouders. Palmen wiegden zacht, de lucht rook naar zout en citrus, olijfbomen gaven schaduw — precies de sfeer waar je op hoopt aan de Costa del Sol. Het resort lag tussen groen, met zwembaden glanzend in de zon, een balkon dat uitkeek op blauw water. Ik voelde meteen: “ja, dit is vakantie”.
Elke ochtend begon hetzelfde: zon op mijn gezicht, koffie buiten op het terras, hete lucht vermengd met geur van zee en bloemen. Vers fruit, croissants, de stilte van een ontwaakende kustplaats. Dan zwembad — parasol, ligbed, boek. Soms niets doen. Soms luieren. Soms zwijmelen bij het water, met zicht op zee, horizon oneindig.
Halverwege de middag maakte ik een uitstapje naar het oude stadsdeel. Smalle steegjes, witte gevels met kleurige bloemen, smalle straatjes met klinkers, kleine cafés waar je churros kocht, de geur van tapas die uit ramen glipte. Mensen praatten zacht, lachten, kinderen speelden. Ik voelde het ritme van Andalusië: traag, zwoel, warm.
’s Avonds terug naar het resort, naar een restaurant onder lampjes. Diner onder sterren, zachte muziek, zee op de achtergrond. Verse vis, kruiden, olijfolie, een glas volle wijn. Daarna naar de bar: zachte gesprekken, lachende mensen, vuur in lampen. De nacht temperatuur daalde licht, de lucht zwoel en rijk.
Op mijn balkon keek ik uit over het resort — zwembaden, palmen, stil water, maanlicht. Golven ver weg, geluid van insecten, wind zacht tegen het glas. Ik viel in slaap met de gedachte: “deze vakantie mag nooit eindigen.”
Estepona gaf me rust én leven — zon én stad, minder luxe dan sommige resorts, maar vollediger in sfeer. Wie wil zon op zijn huid, zee horen, tapas proeven, cultuur snuiven én ontspannen: dan is dit je plek.





