In Eindhoven verbleef ik in een hotel dat voelt als een atelier waar je per ongeluk mocht blijven slapen. Alles uniek, niets standaard. Geen meubelstuk hetzelfde, geen kamer kopie van een ander. Hier slaap je tussen kunst, tussen hout, staal, textuur — alsof je logeert in een idee dat nog leeft.
Mijn kamer had warme verlichting, kunstobjecten, meubels die ruw en verfijnd tegelijk waren. ’s Middags liep ik door Strijp-S — industrieel beton, street-art, koffiezaakjes in oude werkplaatsen. Je voelt creativiteit overal. Het hotel past daar perfect bij: rauw maar warm, kunstzinnig maar huiselijk.
’s Avonds at ik beneden, tussen mensen die duidelijk kwamen voor sfeer en ontwerp. Gesprekken gingen over muziek, projecten, ideeën — je proeft inspiratie. Later lag ik in bed en keek naar de imperfecties die juist schoonheid gaven. Dit is geen strak vijf-sterrenhotel; dit is karakter, persoonlijkheid, lef.
De volgende ochtend liep ik over het industrieterrein, mist tussen de gebouwen, stilte voor de stad ontwaakte. Ik voelde me onderdeel van iets dat groeit, bruist, experimenteert. Precies het gevoel dat dit hotel uitdraagt.
Voor wie van anders houdt — van ruw, creatief, origineel — dit is goud. Niet voor wie zoekt naar marmer en zilveren bestek. Maar voor wie wil voelen, ontdekken, ademen.





